Oesterdam en Sint Annaland

Het is inmiddels een publiek geheim dat er een paar snotolven zitten bij de mosselhangculturen aan de Bergsche Diepsluis. Vandaag ga ik ook een kijkje nemen. Mariëlle moet helaas plots werken, dus ik ga alleen op pad. Het is niet heel druk op de parkeerplaats, maar duidelijk is wel dat het allemaal fotografen zijn die naar de snotolven komen kijken. Even kort bijgekletst. Leuk als je iemand na een paar jaar weer eens tegen het lijf loopt. Toch leuker dan via FB. Het te water gaan tussen hoog en laag water is ter hoogte van de hangculturen behoorlijk lastig. Of het slim is weet ik niet, maar het gaat gelukkig goed. Niet veel later laat ik me zakken bij de hangcultuur. Zicht is niet slecht, maar er is best aardig wat stof in het water. Ik zweef langs de touwen en verwacht op een gegeven moment wel de duiker tegen te komen die tien minuten eerder het water in ging. De eerste die ik tegenkom is echter een mooi klein gekleurde snotolf. Mooi, ik blijf een paar minuten kijken en wil dan een foto gaan maken. Het is een onrustig beestje. Na twee foto’s zie ik dat we met vier fotografen zijn. Mmmww, beetje vol en onrustig, ik besluit door te duiken naar de volgende snotolf. Een paar minuten later zie ik er weer eentje. Deze schiet weg achter een ton. Hij of zij is minder rood en wat meer oranje dan de eerste en zwemt steeds heen en weer tussen de ton en een drie meter verder hangende boeitouw. Ik probeer gedurende een kwartier het beestje op de plaat te zetten en hem op te wachten bij de boei. De kleine rakker komt wel steeds aanzwemmen maar op een of andere manier went hij zich steeds af op het moment dan ik afdruk. Ik geef het tijdelijk op en laat me zakken en geniet ook van de hangculturen. Leuke doorkijkjes en op sommige plekken zeesterren op touwen, dan weer anjelieren en vaak ook pauwkokerwormen. Echt heel mooi allemaal. We moeten toch wat vaker bij die culturen gaan kijken. Wat ook opvalt zijn diverse kleine kwalletjes (klepelklokjes). Hoe beter je kijkt hoe meer je ze ziet. Ik zie weer wat in het oranje flitsen, weer een van de drie stuiterballen op een touw. Ik waag weer wat pogingen, maar top is het allemaal niet. Echt goed gaan de foto’s niet worden, realiseer ik mij. Ik zwem met een flink tempo terug naar het begin om de te kijken of de iets rodere snotolf al vrij is, want er is alweer drie kwartier verstreken. Ik zie dat de duikers er nog steeds hangen. Ik werp een korte blik op het diertje en zit even in dubio of ik via de bodem terug naar de trap zal zwemmen of nog even blijf en mijn duik hier zal volmaken. Ik draai weer om en besluit toch de tweede snotolf weer te verrassen. Als ik hier weer aan kom, zie ik dat een van de andere duikers ook is meegedoken, maar die zwemt door naar de volgende. Ik heb het rijk dus alleen. Na me tien minuten steeds te hebben laten aftroeven door het beestje besluit ik ook maar eens achter het snotolfje aan te gaan om hopelijk een goede foto af te dwingen. Met de fish-eye moet je best dichtbij komen en of dit een goede manier is betwijfel ik. Ik krijg toch een beetje het idee dat ik het diertje wat een het opjagen ben. Ik geef me zelf nog vijf foto’s en dan laat ik hem met rust. Na vijf foto’s denk ik, dat was het niet. Toch nog maar vijf ??? Nee, ik had beloofd hem met rust te laten. De snotolf krijgt het vermoedelijk nog druk zat van het weekend. Genoeg is genoeg. Hij heeft eenmaal in de lens gekeken. Mijn eigen schuld dat toen de flitsers niet helemaal goed stonden. Ik duik van de hangculturen weg en een paar minuten later zie ik dat het water na bijna 90 minuten een stuk lager staat en er uit gaan geen probleem is. Bij de auto nog even iemand uit haar pak ritsen en snotolf verhalen uitwisselen. Ik besluit snel te vertrekken en mijn cilinder nog te vullen, want ik kan de LW-kentering bij Sint Annaland nog halen.

Net na de kentering ga ik te water op de punt om met de stroming mee te driften naar het strand. Als ik onderga is het zicht zeer slecht en het duurt best lang voordat het opklaart. Is het zicht zo slecht of drift ik in mijn eigen stof, dat ik heb gemaakt bij de instap. Als na een minuut of zes het zicht beter wordt verbaas ik mij over de enorme sponzenzee die zich hier de afgelopen jaren heeft gevormd. Overal waar je kijkt zie je spons. Sint Annaland kan beter Sint Sponzenland genoemd worden. Volgende wat opvalt zijn de zeesterren die hier rondkruipen. Het zijn er best veel en ze zijn flink aan de maat. Ik hoop op een snotolf met nest, maar deze kom ik helaas niet tegen. Af en toe een kreeft, wat grondels en krabben. Jaren geleden hadden we hier vaak meerdere zeedahlia’s, maar die tijd is echt voorbij. Langzaam begint het zicht weer slechter te worden. Ik ben na een uurtje weer aangekomen bij het strand. Ik zwem de zandhol omhoog, vinnen uit en wandel terug langs de dijk naar de parking bij de punt. Als ik weg rij verbaas ik me weer over de enorme putten in de weg. De herfst en winter hebben de weg niet veel goeds gedaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *