Begin februari besloten om weer eens een kijkje te gaan nemen bij Slag Stormvogel aan het Oostvoornse meer. Ik wil op zoek naar het wrakje van de Volkswagen kever. Heel benieuwd hoe het autowrak er nu bij ligt. Vier jaar geleden hier voor het laatst geweest. Vanuit mijn werk is het maar 25 minuten rijden naar het Oostvoornse meer. Ik ben de enige duiker aan de waterkant. Verder alleen wat wandelaars met hun hond. Het is met windkracht 4 en twee graden behoorlijk guur. Het beloofde zonnetje verschijnt helaas niet. Na het optuigen eerst wat opwarmen in de auto en dan rap het water in. Het zicht is tussen de zes en acht meter en de watertemperatuur is vier graden. De kou valt me mee en na één minuut ben ik al bij de Volkswagen. Pffff, de tand des tijds heeft weer hard geknaagd aan het wrak. Het dak is verdwenen en van de opstaande zijden zijn inmiddels ook grote delen verdwenen. Helemaal een enorm verschil met 9 jaar geleden, toen ik voor de eerste maal een foto van de kever maakte. Ik fotografeer de kever vanuit dezelfde hoek als de vorige keren om thuis te kunnen vergelijken.
Vervolgens duik ik naar het bootje ‘de Melvin’, dat maar een paar vinslagen van de Volkswagen ligt. Duidelijk ander materiaal, want de natuur krijgt hier niet echt grip op. Na een paar foto’s ga ik via het bandenspoor de diepte in. Het wrak van ‘de Rotterdammer’ ligt er aardig bij, maar ook hier treedt het verval hard in. Ik maak wat plaatjes en als ik tevreden ben ga ik nog even kijken bij de voormalige babbelbox en het onderwaterhuis. Dit ligt er helemaal hopeloos bij, als een hoop afval. Alles heeft zijn functie verloren. Een soort reclamepop uit de snackbar kijkt mij verloren aan.
Via het bandenspoor snel weer terug en ik besluit via de oude glijbaan nog even te gaan kijken bij het heipalenbos, want ik heb het na 40 minuten nog zeker niet koud. De heipalen zijn lastig vast te leggen. Ik had op zon gehoopt, nu blijft het wat grauw, zoveel kracht hebben de flitsers niet. Er komt nog een keer een fuut voorbij duiken, maar ik ben te laat voor een foto. Langzaam ga ik weer omhoog langs de rioolbuizen. Niet heel bijzonder en met wat geluk staat er in de verte toch een fuutje op. Als laatste ga ik nog even op een meter of zes bij de houten spanten kijken. Drie foto’s gemaakt, maar de vertekening is niet mooi door de fish-eye/domepoort. Ik ga weer naar rechts en zie vrij snel de trap aan de steiger. Na 62 minuten wel behoorlijk koude handen en wat stijf. Het valt me alles mee. Al levert het losmaken van de gespen en het over mijn hoofd trekken van de stijve neopreen nekseal toch altijd weer wat gehannes op. Leuk duikje en hoe zou de Volkswagen er in 2030 uitzien, vraag ik me af als ik weer naar huis rijd. Vermoedelijk zal er dan niet veel meer te zien zijn.





